Column

Auteurs

Wat is vakantie voor mij?

Deze zomer worstelde ik met dezelfde vraag als waar ik al 6 jaar mee worstel: wat is vakantie? Of beter: wat is vakantie voor mij? Wat geeft het me? Waarom is het belangrijk voor me?

Vòòr mijn FNS wist ik het. Heel vroeger was het gewoon lekker weg, ontspannen, mooie dingen zien met leuke mensen. Sinds ik 14 jaar geleden last kreeg van mijn ptss en depressies, werd het vooral één moment per jaar om weg te zijn van alle sores. Samen met mijn man en zoon elk jaar naar de Eiffel, 2 weken in een klein appartementje in een gehucht midden in het niets. Wandelen, ruïnes beklimmen, in grotten afdalen, bergbeekjes volgen… Even niets anders dan gewoon zijn. Ik kreeg het zelfs voor elkaar de depressies thuis te laten, de ptss op te sluiten tussen de 4 muren van de woonkamer waar ik soms gillend gek werd. Vakantie was vooral even weg van alles en weer mijn oude zelf kunnen zijn.

Ik leefde voor die 2 weken. In januari begon ik al met de voorbereidingen en struinde ik het hele internet af naar de mooiste watervallen en de diepste dalen, en tot in oktober was ik bezig met het foto-album. Die 2 weken waren een reddingslijn waar ik me het hele jaar aan vast hield.


Eén blik op mijn rolstoel en het moge duidelijk zijn dat die ruïnes, bergbeekjes en grotten nooit meer tot mijn vakanties zullen behoren. Ook kleine appartementjes in gehuchten midden in de Eiffel staan niet bekend om hun toegankelijkheid voor gehandicapten. Maar wat dan? Dat was plots de vraag 6 jaar geleden.

Sindsdien gaan mijn man en zoon samen op vakantie, wél naar die grotten en ruïnes. Ik maak het me die 2 weken thuis gemakkelijk. Even niemand op me heen, geen prikkels die zoveel energie kosten. En lekker eten, al die dingen die eigenlijk te duur zijn. Toastjes met gerookte zalm, cherrie-tomaatjes, échte oude kaas en niet ‘slechts’ belegen. Ik maak mijn eigen genietmoment van die 2 weken.

Maar het blijven wel diezelfde 4 muren om me heen. 365 dagen per jaar. Dus we probeerden kleine vakanties te houden, als mijn zoon in juli op scoutingkamp was. Een paar daagjes Drenthe vorig jaar. En dit jaar Leeuwarden. 4 nachtjes in een hotel. De ene dag een wandeling, de andere dag een museum. Dat was in ieder geval het plan.

Helaas liep (of rolde) ik continu tegen de FNS aan. Het ontbijtbuffet waren teveel prikkels dus het werd een simpele koffie met een croissantje die mijn man meenam van het buffet nadat hij zelf ontbeten had, eten op een terrasje lukte één avond en de andere avonden aten we friet op de hotelkamer, de mooie wandeling die stond aangegeven als rolstoelpad bleek een fietspad van net 1 meter breed – tweerichtings! – dus het was vooral één grote hindernisbaan waarbij ik de hindernis was voor alle fietsers. En mijn grootste teleurstelling was het museum: waar het 2 jaar geleden nog lukte om een tentoonstelling te bekijken, waren nu zelfs de prikkels in de rustige, donkere zalen teveel. Overstuur en overprikkeld heb ik me met moeite een weg naar buiten gebaand.

Ik bleef over met het besef dat een vakantie geen optie meer was. Puur natuur is niet rolstoeltoegankelijk, en cultuur betekent mensen en dus prikkels. Hotels zijn te druk, appartementjes niet toegankelijk. Wel, niet in onze prijsklasse.

Dus wat ís vakantie voor mij? Stilstaand bij die vraag kom ik tot de slotsom dat het vooral betekent weg zijn van die 4 muren van mijn huis die voelen als een gevangenis. Het is even niet ziek zijn. Even niet vechten. Even zijn in het nu; niet omdat het moet maar omdat het mag.

En als vakantie geen optie meer is, hoe ga ik dat dan doen?



08mei

‘Een onsje rust, alsjeblieft’

Ik deed het net weer. We kregen een mailtje van een mevrouw die net de diagnose FNS had gekregen en geen idee had wat ze met deze...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen